Hoofdpersonages
Logo

 

kat-lijn vzw

adoptie - opvang - sterilisatie

0468 569 372

Noffel:

 

Ik werd geboren bij de grootvader van één van mijn personeelsleden. Ik wist meteen dat Brigitte zou vallen voor mijn charmante verschijning. Zwart met twee witte voorpootjes en dan nog prachtige witte borstharen. Ondertussen wordt ik al negen jaar verwend en vertroeteld door BriDan.

 

Mijn sterkste troef? Héél zielig kijken als mijn personeel aan het eten is. Mijn blik heeft er al menigmaal voor gezorgd dat ik veel extra lekkers toegestopt krijg. Ik noem mezelf een stoere volslanke kater!

 

Ik wil enkel geaaid worden als het mij uitkomt! Kom vooral niet in mijn buurt als ik je niet ken want dan durf ik wel eens te blazen! Op schoot bij mijn personeel kan je me wel regelmatig terug vinden. Vaak krijg ik te horen dat ik dik in de weg lig maar daar trek ik me lekker niets van aan.

 

Tot horens, pootjes Noffel

 

 

Pluto:

 

Hoe zou ik mezelf omschrijven? Knap, vertederend, gespierd, mannelijk, aaibaar,… noem maar op, ik heb alle kwaliteiten die een kat maar hebben kan.

 

Mijn mama kwam als hongerige zwerfpoes aangewandeld bij mij thuis. De dochter des huizes heeft keiveel geduld en heeft het vertrouwen van mijn mama weten te winnen. Gelukkig maar want een paar weken later deed ik mijn intrede.

 

De bedoeling was dat ik geadopteerd zou worden door een ander gezin. Hihihi, tot de dag daar was en BriDan kapot gingen van verdriet. Samen met mijn broer (Stoffel, rust zacht) en mijn zus (Boke, rust zacht) kregen wij een forever home in het huis waar wij geboren zijn. Onze mama zaliger (Flanel, rust zacht) hadden we altijd in de buurt. Ook voor haar was het gedaan met honger hebben en zwerven. Samen hebben we leuke jaren gehad en ik hoop er nog vele jaren aan toe te voegen.

 

Nog even aan toevoegen: Noffel heeft twee witte pootjes, ikke vier, voor de rest ben ik zwart met eveneens stoere witte borstharen.

 

Miauwkes, Pluto

 

Kyto:

 

Om het rijtje van de zwarte katten te vervolledigen. Ik, Kyto, ben helemaal zwart op een paar witte borsthaartjes na. Op een dag vond ik de weg naar mijn, wat ik noem, thuis. Ik was een zwart katertje op de dool. Ik heb proberen uit te leggen vanwaar ik kwam maar blijkbaar spreekt mijn personeel geen miauws.

 

Er is nog naar mijn vorige baasjes gezocht maar omdat deze maar niet opdaagden ben ik opgenomen in een gezin waar er destijds al 8 katten waren. Dat was daar een ware speeltuin voor mij! Ik ben supersociaal, superspeels en supernieuwsgierig. Ik amuseer me elke dag en eet elke dag mijn buikje goed rond.

 

En weet je wat? Sinds kort wordt ik opgeleid tot kattenfluisteraar! Als beloning mag ik nu elke dag bij mijn personeel in bed slapen. Enfin, ik slaap en zij liggen wakker van verstramde spieren omdat ze me niet wakker willen maken.

Kopjes, Kyto

 

Mieke:

 

Mijn verhaal is wat triest. Ik ben de mama van Noffel en Jan (rust zacht, lieve jongen). De man die jarenlang voor mij gezorgd heeft, is overleden. Het huis waar ik me nu bevind blijft nog altijd een beetje vreemd voor mij. Maar hej, ik doe mijn best hoor!

 

Mijn nieuwe gezin praat veel over mijn vroegere grote beschermengel en ze hebben zelfs gezegd dat één van mijn zonen hier ook woont. Iedereen is heel lief voor mij maar ik heb nog even meer tijd nodig om verder te ontdooien. Komt helemaal goed. Ondertussen gniffel ik héél hard telkens ze mij bestoefen. Flink zo Mieke, je moet geen bang hebben Mieke, je hebt alles opgegeten Mieke, enz. enz.

 

Regelmatig krijg ik bezoek van Kyto en met hem kan ik het al aardig vinden.

 

Liefs, Mieke

 

Lieke:

 

Lieke, dat is de naam die ik bijna 15 jaar geleden gekregen heb in het asiel in Tienen, en dat is nu nog altijd mijn naam. Ik ben een wegwerpkat. Vraag mij niet hoe ik in het asiel beland ben, want dat weet ik niet meer. Ik weet alleen dat er daarvoor iets heel erg is gebeurd, waardoor ik een bangescheet geworden ben, met grote schrik voor alles en iedereen. Ik kroop in de verste hoek, weg van de mensen van het asiel, weg van de mensen die langskwamen om een katje te adopteren en weg van de andere katten. Een kattenpsycholoog zou zeggen dat ik een groot trauma had.

 

8 maanden heb ik mij zo voor iedereen weggestopt tot er mensen kwamen die zeiden: wij willen dat katje daar dat helemaal verstopt in dat hoekske zit. Ja hallo, ik ga dus niet mee met mensen dat ik niet ken, in een auto dat ik niet ken naar een huis dat ik niet ken. Mis poes dus, maar ik heb ze daar in Tienen wel heel hard hun best laten doen om mij in dat transportmandje te krijgen.

 

 

Ze zeggen dat je een dame nooit mag vragen hoe oud ze is. Volgens mijn adoptiepapieren was ik toen 4 jaar oud. Ik weet het, ik zag er toen en nu nog altijd heel goed uit voor mijn leeftijd. Vorig jaar ben ik van 3 meter hoog naar beneden getotterd. Ze hebben mij toen onder een machine gelegd dat foto’s van mijn binnenkant heeft gemaakt. Daarop hebben de meneren en madammen met een witte schort aan gezien dat ik eigenlijk ouder ben dan 18 jaar. Ik ben dus een hoogbejaarde dame.

Ik woon nu dus al 14 jaar bij mijn personeel. Ik heb het zeker een jaar volgehouden om mij hier boven te verstoppen, maar nu ben ik een hele lieve kat geworden. Allé dat is toch wat mijn personeel zegt. Ik ben nog altijd bang voor dingen en mensen die ik niet ken. Maar ik ben vooral bang omdat er hier zwerfkatten in de tuin rondlopen. Stel u voor dat ze mij op een dag terug naar het asiel doen omdat ze zo een klein zwerfkitten of een zwerfkat die wat komt flodderen om eten te krijgen leuker vinden dan zo een verlegen prutske als ik. Ik doe mijn best om dat heel hard te verstoppen, dus ik doe heel stoer als ik een andere kat zie: ik doe dan alsof ik heel kwaad ben en probeer die kat omver te blazen. Maar eigenlijk ben ik niet kwaad, alleen doodsbang.

Ik wil wel vriendjes worden met die 5 paljassen in de tuin, maar hoe kan ik zeker weten dat die niet binnen de kortste keren mijn nestje, mijn etensbakje, mijn kattenbak en mijn personeel inpalmen. Ik ga vanaf vandaag proberen om tegen mezelf te zeggen dat mijn personeel niet liegt als ze zeggen dat ze mij voor altijd graag zien en dat ik hier voor altijd mag blijven. Wie weet, word ik ooit eens zo dapper dat ik wel vriendjes met die zwerfkatten kan worden.